Veel mensen stappen over op LED-verlichting vanwege het lagere energieverbruik en de lange levensduur. Maar wie nog een dimmer aan de muur heeft, merkt al snel dat LED-lampen zich anders gedragen dan gloeilampen. Ze knipperen, zoemen of reageren nauwelijks. Hoe komt dat?
Gloeilampen zijn eenvoudig te dimmen
Bij gloeilampen wordt licht opgewekt doordat een draad wordt verhit. Hoe hoger de spanning, hoe feller het licht. Een klassieke draaiknop-dimmer snijdt simpelweg een deel van de wisselspanning weg, waardoor minder vermogen wordt geleverd en de lamp zachter gaat branden. Het systeem is eenvoudig en werkt vrijwel altijd.
LED’s werken op een compleet ander principe
Een LED werkt niet met hitte maar met halfgeleiders. Daarvoor is lage gelijkspanning nodig, meestal ergens tussen de 1,5V en 8V per LED-component. De lichtsterkte wordt bepaald door de stroom die erdoor loopt. Daarom bevatten 230V LED-lampen interne elektronica die het net omzet naar bruikbare gelijkstroom.
En precies die elektronica bepaalt of een LED-lamp goed te dimmen is. Als de schakeling niet compatibel is met een klassieke dimmer, ontstaan er storingen.
Hoe los je dit op?
De oplossing is eenvoudig: gebruik dimbare LED-lampen samen met een dimmer die geschikt is voor LED. In dat geval worden de elektronica en de dimmer op elkaar afgestemd en verdwijnt het knipperen of zoemen.
Kort gezegd: LED-licht dimmen kan perfect, maar alleen met de juiste combinatie van lamp en dimmer.
Post a Comment for "Waarom LED-licht dimmen zo lastig kan zijn"