Volgens onderzoek van de Universiteit van Kopenhagen zijn blauwe ogen relatief jong in de menselijke geschiedenis. Wetenschappers ontdekten dat alle blauwogige mensen afstammen van één gemeenschappelijke voorouder die tussen 6.000 en 10.000 jaar geleden leefde. De oorsprong ligt in een genetische mutatie die invloed had op het OCA2-gen, dat verantwoordelijk is voor de productie van melanine.
Normaal gesproken zorgt dit gen voor voldoende pigment om de ogen bruin te kleuren. Bij de mutatie is echter sprake van een soort genetische “schakelaar” die de melanineproductie in de iris drastisch vermindert, zonder deze volledig uit te schakelen. Hierdoor ontstaan blauwe ogen door een verdund pigmentniveau. Als de pigmentproductie wél volledig zou stoppen, zou dat leiden tot albinisme, wat hier duidelijk niet het geval is.
Wat opvalt, is dat blauwogige mensen onderling bijzonder weinig variatie tonen in melanineniveaus. Dat ondersteunt het idee van één enkele oorsprong. Bruinogige mensen vertonen juist een grote diversiteit in pigment, wat duidt op meerdere varianten en langere evolutiegeschiedenis.
Deze mutatie heeft geen voordeel of nadeel voor de overleving, maar illustreert hoe het menselijk genoom voortdurend “experimenteert”. Zoals de onderzoekers benadrukken: evolutie bestaat niet alleen uit grote sprongen, maar ook uit subtiele genetische kaartwissels die soms onverwacht wereldwijd doorzetten.
Post a Comment for "Blauwe ogen: een genetische mutatie die slechts 6.000 jaar oud is"